Een kelder waterdicht maken kun je in beperkte mate zelf doen. Bij lichte vochtproblemen — een vlek op de vloer, wat zoutuitslag of een occasionele waterdruppel — zijn er DHZ-oplossingen die werken. Bij echt drukwater, hoge grondwaterstand of structurele scheuren is een vakman bijna altijd nodig.
Wat je realistisch zelf kunt aanpakken
1. Kleine scheuren en voegwerk
- Oude, brokkelige voegen uithakken (ca. 1,5 cm diep) en opnieuw invoegen met een vochtwerende cementmortel.
- Krimpscheuren tot enkele millimeters dichten met een snel uithardende reparatiemortel of een polyurethaan injectiekit.
2. Inwendige cementgebonden coating
Voor een droge kelder zonder zichtbare lekken is een cementgebonden waterdichte coating (2 lagen, kruisgewijs aangebracht) een toegankelijke DHZ-stap.
Voorwaarden:
- De ondergrond is stabiel, draagkrachtig en zoutvrij.
- De muur is volledig ontdaan van oude verf en pleister.
- Hoekaansluitingen worden eerst met een hoekband of holplint behandeld.
3. Sanerende pleister na droging
Wanneer de oorzaak van vocht is weggenomen, kun je zelf een sanerende pleister aanbrengen om zoutkristallen op te vangen.
4. Ventilatie verbeteren
- Roosters of een mechanische ventilator plaatsen.
- Een ontvochtiger inzetten bij hoge luchtvochtigheid.
- Een bouwdroger gebruiken om versneld te drogen na renovatie.
Wat je beter NIET zelf doet
- Injecties tegen drukwater — vragen om gespecialiseerde pompen, drukcontroles en productkennis. Verkeerd uitgevoerd verergert het probleem.
- Onderkappen voor opstijgend vocht — structureel werk waarbij verkeerde stutting tot scheurvorming kan leiden.
- Uitwendige kelderdichting — graafwerk tegen de fundering, drainage, isolatie en waterdichting in één: te risicovol zonder ervaring.
- Coatings op een natte, drukbelaste muur — de coating blaast los onder waterdruk.





