Een vloer die maar niet droog wordt, plekken die door de dekvloer heen komen of een laag die telkens weer loslaat: dat wijst vaak op grondvocht dat via capillaire werking omhoog trekt. Beton en dekvloer zuigen het water als een spons uit de ondergrond op, en zonder onderbreking blijft dat proces gewoon doorgaan. Het goede nieuws is dat je optrekkend vocht in de vloer wel degelijk kunt behandelen. Het minder goede nieuws is dat één standaardtruc niet bestaat: de juiste aanpak hangt af van hoe de vloer is opgebouwd, waar het vocht vandaan komt en of er een kruipruimte onder zit.
Op deze pagina lopen we de reële behandelmethodes voor de vloer langs, met hun voor- en nadelen. Wil je eerst zeker weten dat het écht optrekkend vocht is en geen infiltratie of condens? Kijk dan bij optrekkend vocht in de vloer herkennen en bij waterinfiltratie of opstijgend vocht. Voor een indicatie van de investering verwijzen we naar de kosten van optrekkend vocht in de vloer.
Een waterkerende laag onder de vloer aanbrengen
De meest structurele aanpak is een horizontale waterkering: een damp- of waterdichte barrière die het vocht tegenhoudt vóór het de vloer bereikt. Bij muren gebeurt dat met injectie, en dat principe kennen veel mensen van muurinjecties. Bij een bestaande betonvloer ligt het lastiger, omdat je niet zomaar een doorlopende laag kunt injecteren zoals in een muurvoeg.
Wat wél kan, is de aansluiting behandelen. Waar de vloer tegen de muren komt, trekt vocht vaak zijdelings verder; een injectie op dat vlak (zie een waterkering plaatsen in de muur) sluit die route af. Voor de vloer zelf is een echte onderliggende waterkering meestal alleen haalbaar bij een nieuwe vloeropbouw. Dat verklaart waarom een vakman soms adviseert om bron én vloer samen aan te pakken in plaats van alleen de vloer. Twijfel je welke combinatie klopt voor jouw situatie? Een gratis vochtdiagnose brengt de oorzaak en de logische volgorde in kaart.

