Maak de openingen niet dicht
Bestaande kelderopeningen afsluiten, bijvoorbeeld bij het bouwen van een aanbouw, is volgens het Steunpunt geen goed idee. Is het toch gebeurd, maak ze dan terug open, eventueel met een ondergrondse buis. Lukt dat niet, ga dan na of je op een andere plaats een opening kan maken, bijvoorbeeld via de zijgevel, of doe het als er opnieuw werken aan de woning gebeuren.
Isoleer je de vloer of de bodem, zorg er dan voor dat het isolatiemateriaal de ventilatiegaten niet afsluit, schrijft Milieu Centraal (Nederland). Volgens Milieu Centraal mogen er ook niet te veel ventilatiegaten zijn, omdat je dan in de winter te veel warmte verliest.
In zijn brochure voor wie gaat bouwen raadt het FANC aan een kruipkelder permanent goed te verluchten, zomer en winter (2 m³/h per m²), het best met tegenover elkaar geplaatste openingen van minstens 20 cm doorsnee. Is de radonconcentratie in het gebouw na controle nog te hoog, dan worden volgens het FANC alle doorgangen in de buitenmuren op één na afgesloten, en komt er in de resterende opening een mechanische extractor die de radonhoudende lucht afvoert.
Wat je wel dichtmaakt, is de verbinding met de woning. Gaat de toegang tot een (kruip)kelder via een vloerluik, dan moet dat luik volgens het Steunpunt geïsoleerd zijn, luchtdicht als het gesloten is, en aansluiten op de isolatie van de vloer. De Nederlandse GGD raadt bij een vochtige kruipruimte aan om de kieren tussen de kruipruimte en de benedenverdieping dicht te maken, bijvoorbeeld met kit of een spuitbus PUR, zoals op plekken waar buizen uit de vloer komen.