Aandachtspunten bij de plaatsing
Het Steunpunt geeft deze aandachtspunten voor systeem C:
- plaats de afvoerventielen diagonaal tegenover de doorstroom- of toevoeropeningen, dicht bij de grootste bron van vervuiling, zoals de douche, en verspreid over de ruimte als er meerdere nodig zijn;
- plaats de ventielen bij voorkeur meer dan 60 cm uit een hoek;
- beperk het debiet per ventiel tot 50 à 70 m³/h om tocht te vermijden, en plaats er meer als je meer debiet nodig hebt;
- laat de installateur de afvoerdebieten correct instellen en pas ze nooit zelf aan; monteer de ventielen bereikbaar, zodat ze gemeten kunnen worden;
- kies een ventilator met een debiet dat past bij het ontwerpdebiet en die weinig lawaai maakt, met trillingsdempers tussen het toestel en de muur;
- hou het kanalennet zo kort mogelijk, met zo weinig mogelijk bochten, bij voorkeur ronde, stijve kanalen met een glad binnenoppervlak, en maak het luchtdicht.
Het kanalennet neemt wat ruimte in. Bepaal daarom volgens het Steunpunt de plaats van de toevoeropeningen, het verloop van de kanalen en de plaats van de afvoerventielen al tijdens de ontwerpfase, en hou een toegang vrij voor het onderhoud. De minimumlengte van de toevoerroosters wordt volgens het Steunpunt berekend op basis van het minimale debiet van de ruimte en het debiet van het rooster, en de onderzijde van een rooster plaats je bij voorkeur minstens 1,80 meter boven de afgewerkte vloer, tegen tocht.