Condenseren is het overgaan van waterdamp (gas) naar vloeibaar water. Het gebeurt zodra warme, vochtige lucht in contact komt met een oppervlak dat kouder is dan het dauwpunt van die lucht.
Een eenvoudig voorbeeld
Een koude fles uit de koelkast wordt op een warme dag onmiddellijk nat aan de buitenkant. Niet omdat de fles lekt, maar omdat het waterdamp uit de kamerlucht condenseert op het koude glas. Hetzelfde principe veroorzaakt condens in een woning — alleen is het oppervlak dan een wand, raam, leiding of plafond.
Wanneer ontstaat condens in een woning?
Drie factoren moeten samenkomen:
- Voldoende waterdamp in de lucht — koken, douchen, drogen van wasgoed, ademhaling van bewoners.
- Een koud oppervlak — een enkelglas raam, een ongeïsoleerde buitenmuur, een koude waterleiding, een onverwarmde kelder.
- Onvoldoende ventilatie — vocht blijft binnen hangen.
Waar zie je condens vaak?
- Op enkele of slecht geïsoleerde ramen, vooral 's ochtends.
- In hoeken van slaapkamers (koudebruggen).
- Aan de onderzijde van een betonplafond in een kelder.
- Tegen koude waterleidingen in een kruipruimte.
- In badkamers zonder of met te zwakke afzuiging.
Gevolgen van langdurige condens
- Schimmel (vaak zwart of donkergroen) in hoeken en achter meubels.
- Loslatende verf en behang.
- Aangetast houtwerk rond ramen.
- Verslechterde isolatiewaarde van vochtige bouwmaterialen.
- Gezondheidsklachten door schimmelsporen.

